Gister was C&A een trend op Twitter. Dit kwam door het rapport ‘Made in India’ dat gister uitgekomen is. In dit rapport stellen SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en LIW (Landelijke India Werkgroep) dat jonge Dalit (kastloze) vrouwen worden uitgebuit in Indiase kledingfabrieken. C&A neemt kleding af van één van de onderzochte fabrieken waar kinderarbeid werd aangetroffen.

SOMO en LIW deden voor het rapport uitgebreid veldonderzoek. Zij interviewden meer dan 180 vrouwelijke werknemers en onderzochten verschillende MVO initiatieven waar merken en kledingzaken bij aangesloten zijn. Meer dan 70 westerse kledingmerken en kledingzaken werden in het onderzoek meegenomen. Hieronder bekende namen zoals C&A, Diesel, American Eagle Outfitters, Primark, Decathlon, Philips van Heusen (Tommy Hilfiger) en Quicksilver.

De overgrote meerderheid van de werknemers in de kledingfabrieken zijn meisjes van onder de 18 jaar met een Dalit achtergrond en van zeer arme afkomst. De meisjes werden gelokt met beloftes die niet uitkwamen. De meisjes mogen vaak niet van het fabrieksterrein af, hebben weinig contact met familie, moeten lange dagen maken, soms wel 24 uur aan één stuk door, krijgen lage lonen, werken onder ongezonde omstandigheden, en intimidatie en geweld komen veelvuldig voor.

In een gezamenlijke reactie op het rapport van SOMO stellen acht kledingmerken, waaronder C&A en H&M, dat ze de beschreven wantoestanden veroordelen. Samen met lokale organisaties willen ze deze misstanden aanpakken. ‘Kinderarbeid is totaal onaanvaardbaar’, zegt een woordvoerder van C&A. Dit zeiden ze echter in 2011 ook. Het rapport is namelijk een vervolgonderzoek op het rapport ‘Captured by Cotton’ dat in 2011 uitkwam. In reactie op dit rapport beloofden Europese en Amerikaanse kledingbedrijven een einde te maken aan de arbeidsmisstanden. Nu, een jaar later, maakten SOMO en LIW de balans op en schreven het gister uitgekomen rapport ‘Made in India’.

Download het rapport ‘Made in India